CRvB 18 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:624
De beroepsgrond van appellant dat de toepassing van artikel 44 WAO en de daarop gebaseerde terugvordering in strijd is met de rechtszekerheid, slaagt niet. Uit de overwegingen volgt dat het Uwv terecht een bedrag van € 62.951,84 bruto wegens te veel ontvangen WAO-uitkering van appellant heeft teruggevorderd. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. De totale duur van de procedure heeft geen vier jaar geduurd zodat er van een overschrijding van de redelijke termijn geen sprake is. Hieraan doet niet af dat de behandeling van het hoger beroep langer dan twee jaar heeft geduurd. Dit betekent dat het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn moet worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl