CRvB 8 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2316
Het Uwv heeft terecht geweigerd om een WIA-uitkering toe te kennen. Procesgang. Niet valt in te zien dat de rechtbank in strijd met de goede procesorde dan wel met de Awb heeft gehandeld door de nadere stukken mee te nemen in de beoordeling. Geen aanwijzingen voor de conclusie dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig is geweest. De Raad voegt hieraan toe dat het feit dat de verzekeringsarts in de vraagstelling aan de door het Uwv ingeschakelde psychiater zijn eigen bevindingen kort heeft weergegeven niet maakt dat deze vraagstelling onzorgvuldig is. Geen sprake van schending van het beginsel van equality of arms. De beschikbare medische informatie geeft geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het Uwv te weinig beperkingen heeft aangenomen op de datum in geding. Uitgaande van de juistheid van de FML heeft de arbeidsdeskundige in de Resultaat functiebeoordeling en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport van 30 juli 2018 inzichtelijk en overtuigend toegelicht dat de geselecteerde voorbeeldfuncties geschikt zijn voor appellant. Artikel 8:88 van de Awb kan niet worden aangegrepen om proceskosten vergoed te krijgen die niet op basis van artikel 8:75 voor vergoeding in aanmerking komen. De wetgever heeft hiervoor een als lex specialis aan te merken regeling getroffen in artikel 8:75 Awb. Het uitgangspunt van het op artikel 8:75 van de Awb gebaseerde Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bij vergoeding van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is dat een forfaitaire vergoeding wordt toegekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl