CBb 14 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1082

Artikel 8:88 van de Awb. Het College wijst het verzoek om schadevergoeding af. Verzoekster heeft nagelaten het resterende fosfaatrecht aan de koper te leveren, waardoor het rentenadeel over dit deel van de totale koopsom niet voor vergoeding in aanmerking komt. Ook het resterende rentenadeel komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat verzoekster de koopsom vrijwillig als renteloze geldlening aan de koper heeft verstrekt. Het niet kunnen beschikken over de koopsom is dus geen gevolg van de onrechtmatige besluitvorming van verweerder, maar een gevolg van een vrijwillige keuze van verzoekster. Dit geldt eveneens voor de door verzoekster opgevoerde kosten voor begeleiding van en overleg met verzoekster naar aanleiding van de afwijzing van de overdracht, waaronder de kosten van het opstellen van de geldleningsovereenkomst. De resterende proceskosten van verzoekster komen evenmin voor vergoeding in aanmerking. Artikel 8:88 van de Awb niet kan worden aangegrepen om proceskosten vergoed te krijgen die niet op basis van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking komen. Ook bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Artikel 6 van het EVRM is niet van toepassing in gevallen waarin alleen wordt geklaagd over de duur van de bezwaarprocedure zonder dat daarop een behandeling door de rechter is gevolgd

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken