CRvB 10 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4672

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de door appellant gestelde fiscale (loon)schade niet als een gevolg van het vernietigde plaatsingsbesluit kan worden aangemerkt en daarom de minister niet kan worden toegerekend. Anders dan de rechtbank is de Raad echter van oordeel dat appellant in aanmerking komt voor een hogere vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand dan de o.g.v. het Bpb toegekende forfaitaire vergoeding. In bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgeweken, vaste rechtspraak. Hier doet zich een uitzonderlijk geval voor. De redelijkerwijs te maken kosten voor rechtsbijstand, gemoeid met het opkomen tegen het bestreden besluit tot aan het oordeel van de rechtbank van 31 maart 2010, bedragen € 11.314,- onder aftrek van de reeds toegekende vergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken