CRvB 19 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1264

Tussen partijen is niet in geschil dat de rente over de studieschuld van appellant is vastgesteld in overeenstemming met artikel 6.3, tweede lid, van de Wsf 2000. Het betoog van appellant komt er evenwel op neer dat de laatste volzin van dit artikellid buiten toepassing zou moeten blijven, omdat daarmee een inbreuk wordt gemaakt op zijn gerechtvaardigde vertrouwen dat de renteberekening voor hem zou blijven geschieden op de wijze die voortvloeide uit de voorheen geldende tekst van artikel 6.3 van de Wsf 2000. Op grond van die tekst zou appellant op enig moment rente kunnen gaan ontvangen in plaats van betalen. De wetswijziging heeft hem dit mogelijke voordeel ontnomen, waarmee – naar appellant stelt – een inbreuk is gemaakt op zijn eigendomsrecht, wat in beginsel door artikel 1 van het EP is verboden. Vooropgesteld wordt dat het begrip eigendom in het EP een autonome betekenis heeft en dat het begrip ruim moet worden uitgelegd. Ten tijde van de wetswijziging (en ook daarvoor) had appellant geen bestaand recht op negatieve rente, omdat de rente op dat moment positief was. De enkele hoop op of verwachting van toekomstig inkomen is niet voldoende voor de toepassing van artikel 1 van het EP. De wetswijziging heeft in die zin dus geen inbreuk gemaakt op een bestaand eigendomsrecht van appellant. Een toekomstige vordering kan als eigendom in de zin van artikel 1 van het EP worden aangemerkt, maar dan moet er een legitieme verwachting zijn dat die kan worden opgeëist. In het voorliggende geval is daarvan geen sprake. Omdat uit wat is overwogen volgt dat geen sprake is van een door artikel 1 van het EP beschermd eigendomsrecht, hoeft niet te worden getoetst of aan de voorwaarden voor beperking van dat recht is voldaan. Overweging ten overvloede. Voor het buiten toepassing laten van de laatste volzin van artikel 6.3, tweede lid, van de Wsf 2000 is geen aanleiding. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, zij het met enige verbetering en aanvulling van de gronden waarop deze rust.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken