CRvB 7 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:913
Het wangedrag kan aan appellant worden toegerekend, zodat de Kroon bevoegd was hem met toepassing van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het AMAR ontslag te verlenen. Wat appellant in beroep heeft aangevoerd biedt geen grond voor het oordeel dat de Kroon niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl