CRvB 23 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1152
1) Nabetaling bezoldiging. Hoger beroep ongegrond verklaard omdat overeenstemming is bereikt. 2) Schorsing en gedeeltelijke inhouding bezoldiging. Gezien het oordeel over de schorsing op grond van wangedrag heeft de commandant de bezoldiging op goede gronden met eenderde ingehouden op grond van artikel 19, eerste lid, van het IBM. Bij de toepassing van dit artikellid is geen plaats voor een belangenafweging. Daarom heeft de commandant zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de ziekte en psychische gesteldheid van appellant geen grond vormen om van de inhouding af te zien. 3) Ten onrechte ontslag wegens wangedrag. Verminderde toerekenbaarheid. Het onrechtmatig indienen van twee declaraties is terecht als wangedrag aangemerkt. Het opleggen van de maatregel van ontslag kan niet worden aangemerkt als strafvervolging in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zodat appellant geen zwijgrecht toekwam en op de commandant daarom geen verplichting rustte om appellant voor aanvang van de hoorzitting daarop te wijzen. Ten tijde van het ontslagbesluit waren er aanwijzingen die op zijn minst duidden op de mogelijkheid van een psychische stoornis en als gevolg daarvan op een mogelijk verminderde toerekenbaarheid van appellant ten tijde van het indienen van de declaraties. Gelet daarop had er onderzoek moeten plaatsvinden naar de psychische gesteldheid van appellant en de mate van toerekenbaarheid van zijn gedragingen. Onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende deugdelijke motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl