CRvB 6 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2131
De Raad stelt vast dat de beoordeling van appellant volgens de in artikel 28b van het AMAR voorgeschreven stappen is verlopen. Functioneringsgesprek uitermate laat. Anders dan appellant meent, betekent dit echter niet dat hij onvoldoende mogelijkheden had om verbetering te laten zien. De gesprekken die vooraf gingen aan de beoordelingsperiode, hebben betekenis. Verbeterpunten zijn in hoofdlijnen consistent, appellant wist waaraan hij moest werken. Voldoende mogelijkheden om tijdens de beoordelingsperiode verbetering te laten zien. De beoordeling berust geheel op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de beoordelingsperiode. Dat er een beoordeling zou worden opgemaakt was in ieder geval vanaf ruim twee maanden voordat het gesprek met de eerste beoordelaar plaatsvond, voor appellant duidelijk. Geen herroeping wegens procedurele tekortkomingen. De Raad stelt vast dat alle negatieve oordelen in het primaire besluit zijn onderbouwd met concrete feiten. De stelling van appellant dat zowel de eerste als de tweede beoordelaar zich niet een goed beeld van het functioneren van appellant hebben kunnen vormen onderschrijft de Raad niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl