CRvB 24 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1911
Objectief gezien geen sprake van buitensporige werkomstandigheden. Mede op basis van de getuigenverhoren is de rechtbank tot dat oordeel gekomen. De Raad kan zich verenigen met de conclusies van de rechtbank en de overwegingen die de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd. Naar aanleiding van wat appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht kan ook niet worden geconcludeerd dat sprake was van buitensporige werkomstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl