CRvB 24 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1534

Gelet op de aard en de ernst van het plichtsverzuim, de positie van appellant als [functie A] en zijn werk als [functie B] , is de Raad van oordeel dat de disciplinaire maatregel van ontslag niet onevenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim. Wat appellant heeft aangevoerd over de grote (financiële) gevolgen van het ontslag leidt niet tot een ander oordeel. Terecht heeft de Kroon het belang bij beëindiging van het dienstverband zwaarder laten wegen dan het belang van appellant bij voortzetting van het dienstverband.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken