CRvB 9 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:456
Het subsidiair verleende ongeschiktheidsontslag is gebaseerd op de contacten van appellant met personen met criminele antecedenten of personen die lid zijn van Satudarah. Nu er geen plichtsverzuim is vastgesteld op het punt van contacten met personen met criminele antecedenten of met leden van Satudarah, ontvalt deze grondslag aan het oordeel van de minister dat appellant ongeschikt is voor zijn functie. Dat appellant, zoals de minister bij de rechtbank naar voren heeft gebracht, de juiste grondhouding zou missen kan bij gebrek aan een feitelijke grondslag dus niet gevolgd worden. Vernietiging besluit voor zover daarbij het bezwaar ongegrond is verklaard tegen het ongeschiktheidsontslag. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en het besluit van 28 januari 2015 herroepen voor zover hierbij subsidiair ontslag is verleend met toepassing van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder g, van het ARAR. De minister wordt opgedragen met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen tegen het besluit van 28 januari 2015.
De uitspraak op rechtspraak.nl