CRvB 12 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3511

Oplegging disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag. Plichtsverzuim. De Raad ziet, evenals de rechtbank en anders dan appellant betoogt, geen grond om de juistheid van de door het college overgelegde verklaringen in twijfel te trekken. Op grond daarvan heeft de Raad de overtuiging verkregen dat appellant de hem door het college verweten gedraging 4 heeft begaan. Appellant heeft zich niet gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Het college heeft de verweten gedraging daarom terecht aangemerkt als plichtsverzuim. Appellant heeft de toerekenbaarheid van de verweten gedragingen niet bestreden. Het college was dan ook bevoegd appellant een disciplinaire straf op te leggen. Evenals de recht.bank acht de Raad het onvoorwaardelijk strafontslag niet onevenredig

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken