CRvB 26 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1541
Intrekking en (mede)terugvordering. Verzwegen gezamenlijke huishouding. Het feit dat appellant hoofdelijk aansprakelijk is gesteld voor het teruggevorderde bedrag levert geen eigen, rechtstreeks belang op bij het jegens M genomen besluit tot intrekking en terugvordering, waarbij (uitsluitend) het recht op bijstand van M is beoordeeld. Het betoog van appellant dat hij anders geen rechtsingang heeft om de conclusie van het college dat sprake is van een gezamenlijke huishouding te betwisten, treft geen doel. Appellant is immers wel belanghebbende bij het jegens hem genomen besluit tot medeterugvordering en in het kader van bezwaar en beroep tegen dat besluit kan hij de vraag of sprake is geweest van een gezamenlijke huishouding ten volle aan de orde stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl