CRvB 30 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:227
Weigering AOW-uitkering op de aan artikel 8b van de AOW ontleende grond dat appellant in detentie verblijft. Geen schending van artikel 1 van het EP en artikel 14 van het EVRM. De toepassing van artikel 8b van de AOW voldoet aan de in artikel 1 van het Eerste Protocol besloten liggende voorwaarden voor de rechtvaardiging van een aantasting van het eigendomsrecht. Bij de beoordeling van het beroep dat appellant doet op artikel 14 van het EVRM kan worden volstaan met de overweging dat zo al kan worden aangenomen dat er sprake is van een ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen, er een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat voor het gemaakte onderscheid. Artikel 14 van het EVRM verplicht niet tot een subsidiairiteitstoetsing door de rechter. Het gaat de rechtsvormende taak van de Nederlandse rechter te buiten om bij een toetsing als hier aan de orde een strengere maatstaf aan te leggen dan nodig is om de door het EVRM gegarandeerde minimumbescherming te realiseren. Een dergelijke toetsing zou namelijk leiden tot een niet te legitimeren inbreuk op de voor de Nederlandse rechtsorde cruciale scheiding der machten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 17 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:116
- CRvB 18 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1858
- CRvB 3 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9462
- CRvB 2 december 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU7320
- CRvB 14 juli 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT9595
- CRvB 12 november 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR6512
- CRvB 18 juni 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AP4680