CRvB 17 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:116

Herziening en beëindiging AOW-pensioen op grond van artikel 8b AOW omdat aan appellant rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Geen sprake van schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Ontneming van eigendom? De wetgever heeft ervoor gekozen om het onderscheid tussen gedetineerden met een ouderdomspensioen en gedetineerden met andere sociale uitkeringen op te heffen, omdat het de bedoeling van de wetgever is dat voortaan geen enkele categorie gedetineerden gedurende detentie vermogen op kan bouwen dankzij uit de collectieve middelen bekostigde uitkeringen. De Raad acht dit een legitiem doel dat mede kan worden nagestreefd door toepassing van artikel 8b van de AOW. Er is dan ook geen grond om de toepassing van artikel 8b van de AOW in het kader van een toetsing aan het Eerste Protocol anders te beoordelen dan de toepassing van de Wsg. Geen onevenwichtige afweging ten grondslag ligt tussen de gediende gemeenschapsbelangen en het ingeroepen fundamentele recht, dan wel dat er geen redelijke proportionaliteitsrelatie bestaat tussen de gekozen middelen en het beoogde doel. Geen strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 van het EVRM in samenhang met artikel 1 van het Eerste Protocol. Geen aanleiding aan te nemen dat in de onderhavige situatie een langere overgangstermijn dan zes maanden aangewezen zou zijn. Terugwerkende kracht. Geen dringende redenen af te zien van intrekking. Schending inlichtingenplicht door detentie niet te melden. Begunstigend beleid op consistente wijze gepast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken