CRvB 9 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3030

1) Afwijzing aanvraag bijstand. Twee periodes. Periode A) Het college heeft bij het onderzoek naar het recht op bijstand appellant terecht om bankafschriften, gegevens over zijn feitelijke verblijfplaats, en bewijsstukken hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien, gevraagd. Periode B) Niet staande kan worden gehouden dat appellant onvoldoende opgave heeft gedaan van de wijze waarop hij zijn leven heeft ingericht en hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Schending inlichtingenverplichting. Geen schending van artikel 3 en 8 EVRM. Wettelijke rente. 2) Intrekking bijstand. Gezien omstandigheden en de voorgeschiedenis is de enkele omstandigheid dat appellant meer dan een keer in Amsterdam Zuidoost heeft overnacht, overigens zonder aan te geven hoeveel keer dat is geweest, in plaats van ergens op straat, onvoldoende voor de conclusie dat het recht op bijstand niet langer is vast te stellen. Onvoldoende feitelijke grondslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken