CRvB 27 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT7159

Verlaging bijstandsuitkering voor de duur van één maand met 100%. De vanwege het College aangeboden arbeidsovereenkomst dient te worden aangemerkt als een voorziening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB. Dit betekent dat het College appellant ten onrechte heeft verweten de verplichting van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB niet te zijn nagekomen. Het besluit tot verlaging van de bijstand van appellant berust derhalve niet op een juiste grondslag. Appellant heeft zijn werkzaamheden beëindigd, waarmee hij heeft gehandeld in strijd met de op hem ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB rustende verplichting. Bij appellant ontbereekt elke vorm van verwijtbaarheid. Geen schadevergoeding wegens niet tijdige uitbetaling van de bijstand, aangezien het college de wettelijke rente heeft toegekend over de nabetaling.Geen sprake van geestelijk letsel dat kan worden beschouwd als een aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het BW. Geen sprake van een inbreuk op privéleven. Overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen