CRvB 1 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:330

AOW-pensioen terecht herzien naar de norm voor een gehuwde, zonder partnertoeslag. Geen sprake van duurzaam gescheiden levende echtgenoten. Bepalend is of de echtelijke samenleving al dan niet verbroken is of niet is ontstaan. Die echtelijke samenleving kan bestaan zonder dat van (voortdurend) samenwonen sprake is (zie de uitspraak van de Raad van 10 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8134). Appellant heeft gesteld dat hij zich om medische redenen niet bij zijn echtgenote kan vestigen en dat zijn echtgenote zich om vreemdelingrechtelijke redenen niet bij hem kan vestigen. Van een gewilde verbreking – of in dit geval: het gewild ontbreken – van de echtelijke samenleving lijkt dus geen sprake. Voorts heeft appellant gesteld dat hij en zijn echtgenote maximaal twee maanden per jaar samen in de Filipijnen verblijven en maximaal drie maanden per jaar samen in Nederland. Zij hebben dagelijks e-mailcontact en appellant ondersteunt zijn echtgenote incidenteel financieel. Ook op grond van deze feiten en omstandigheden kan niet gezegd worden dat appellant en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leven. Geen sprake van verboden discriminatie. Objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling. Artikel 14 van het EVRM vereist niet dat zodanig uitgewerkte regelingen worden getroffen dat voor de toepassing van elke afzonderlijke regeling elke onevenwichtigheid in elke denkbare situatie wordt voorkomen (vergelijk de uitspraak van de Raad van 1 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1070 en het arrest van het EHRM van 16 maart 2010, Carson, nr. 42184/05, par. 62).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken