CRvB 6 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR7098
Appellant is, door - tot driemaal toe - de hem aangeboden functie bij Roteb te weigeren, zijn verplichting om gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, niet nagekomen. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat bij hem elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Gelet hierop dient de bijstand van appellant op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB en de artikelen 6, tweede lid, aanhef en onder c, en 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Afstemmingsverordening driemaal te worden verlaagd met in beginsel 20% gedurende een maand. Niet in geschil is dat, wat betreft de tweede en derde weigering van appellant, sprake is van recidive in de zin van artikel 6, derde lid, van de Afstemmingsverordening, zodat de duur van de tweede en derde maatregel wordt verdubbeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl