CRvB 11 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM6748
Appellanten hebben de op hen rustende wettelijke inlichtingenverplichting geschonden, door het Dagelijks Bestuur niet op de hoogte te houden van het verloop en de afloop van hun vreemdelingenrechtelijke procedures. De bijstand pas is ingetrokken nadat onherroepelijk was beslist over beëindiging van het verblijfsrecht, waarop hun gelijkstelling met een Nederlander en dus hun recht op bijstand was gebaseerd. Ten aanzien van de (verdere) aanspraken op voorziening in het levensonderhoud is het COA het bevoegde bestuursorgaan. Zie LJN BA4652, 28-03-2007. De klacht dat de rechtbank niet is ingegaan op het beroep van appellanten op de artikelen 11 en 12 van het IVESCR mist eveneens feitelijke grondslag. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Raad geoordeeld dat deze bepalingen niet kunnen worden beschouwd als ieder verbindende bepalingen als bedoeld in de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Zie LJN BL1686, 26-01-2010.
De uitspraak op rechtspraak.nl