CRvB 9 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3439

Handhaving functietoewijzing. De Raad is van oordeel dat appellant in het kader van zijn bezwaar en beroep tegen de beslissing tot toewijzing van het functieprofiel de houdbaarheid van de uitkomst van de waardering van het hem toegewezen functieprofiel aan de orde kan stellen. Dit betreft de houdbaarheid van een algemeen verbindend voorschrift, niet zijnde een wet in formele zin. Over de toetsing van een beroep heeft de Raad, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 8 april 1999, LJN AA3992 en TAR 1999, 91, vooropgesteld dat het bij het tot stand brengen van algemeen verbindende voorschriften in beginsel aan de materiële wetgever is voorbehouden om alle betrokken belangen af te wegen en dat de rechter het resultaat daarvan in beginsel moet respecteren. De Raad heeft in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen aanknopingspunt gevonden om tot de vergaande conclusie te komen dat het college de aan functieprofiel 120 verbonden waardering en salarisschaal in dit geval niet ten grondslag had mogen leggen aan het toewijzingsbesluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen