CRvB 27 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:648
Substantieel bezwarende functie. Buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging. Vaststelling SBF-uitkering. Bepaling einddatum van de SBF-uitkering. De SBF-regeling is een algemeen verbindend voorschrift. Aan de inhoud of wijze van totstandkoming van de SBF-regeling kleven niet zodanig ernstige feilen, dat deze regeling niet als grondslag kan dienen voor daarop in concrete gevallen te baseren besluiten. Dat de bruto-uitkering netto minder bedraagt dan 80% van de netto bezoldiging is een gevolg van fiscale inhoudingen, waarop de minister geen invloed heeft en waarmee hij geen rekening kan dan wel hoeft te houden. De besluiten tot het verlenen van het buitengewoon verlof en, op termijn, het SBF-ontslag zijn gebonden besluiten, waarbij er geen keuze is om die data op een ander moment te stellen dan volgt uit het ARAR en artikel 6, vierde lid, van de SBF-regeling. Voor appellant bestond de mogelijkheid een verzoek in te dienen om te mogen doorwerken, maar geconstateerd moet worden dat appellant een dergelijk verzoek niet heeft gedaan. Het tekortschieten van de informatievoorziening door de minister er niet toe kan leiden dat het bestreden besluit hierom niet in stand kan blijven. Met individuele keuzes of omstandigheden kan geen rekening worden gehouden. Dat er inmiddels een regeling is getroffen, waarbij SBF-ers een tweede aanstelling naast hun SBF-verlof kunnen krijgen teneinde de inkomensachteruitgang te beperken, betekent niet dat de minister in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld door SBF-verlof te verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl