CRvB 16 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI3602
Weigering van de Svb om terug te komen van het onherroepelijk besluit van 14 november 2005, waarin aan appellant met ingang van april 2006 een ouderdomspensioen naar de norm voor een alleenstaande is toegekend met een korting van 16% vanwege acht niet verzekerde jaren. De rechtbank heeft voorts terecht geconcludeerd dat door appellant niet is voldaan aan de voorwaarden voor verzekering op grond van artikel 6, eerste lid, onder b, van de AOW. De Raad is dan ook van oordeel dat Svb, wat betreft het tijdvak na de nieuwe aanvraag, bij een zorgvuldige en evenwichtige belangenafweging tot de bestreden afwijzing heeft kunnen komen. Het vorenstaande betekent tevens dat niet valt in te zien dat sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden op grond waarvan de Svb niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren om van de oorspronkelijke afwijzing terug te komen wat betreft het tijdvak voorafgaande aan de nieuwe aanvraag. De Raad ziet in het verhandelde ter hoorzitting onvoldoende aanknopingspunten voor een dergelijke instemming. De rechtbank heeft derhalve de Svb ten onrechte niet veroordeeld in de proceskosten van appellant ter zake van het niet tijdig beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl