Rb. Rotterdam 25 januari 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:AZ7217

De rechtbank merkt op dat het haar vreemd voorkomt dat het beroepschrift is ondertekend door een niet-advocaat die blijkens de tekst onderaan de eerste pagina van het beroepschrift onder eigen verantwoordelijkheid en voor eigen rekening praktijk voert, dit terwijl de toevoeging voor de Raad voor Rechtsbijstand is aangevraagd door en verleend aan de andere gemachtigde in zijn hoedanigheid van advocaat van eiser. Nu de gemachtigden van eiser hebben gewacht op een hoorzitting na afloop van de beslistermijn en op die hoorzitting hebben gevraagd om een nadere termijn om het bezwaar alsnog van gronden te voorzien is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 7:10 lid 4 Awb, zodat het beroepschrift dat één dag later is ingediend kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank merkt nog op dat het instellen van beroep grenst aan kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen