CRvB 15 november 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF1612

Krachtens art. 32f.3 WSF vastgestelde OV-schuld niet aan te merken als (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie. Appellant is o.a. medegedeeld dat hem een vordering wordt opgelegd wegens het niet tijdig inleveren van de OV-studentenkaart over de jaren 1998 en 1999. De Raad is in navolging van vaste jurisprudentie van het College van beroep studiefinanciering (Cvbs) van oordeel dat de krachtens art. 32f.3 WSF vastgestelde OV-schuld niet is aan te merken als een (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie doch reparatoir van aard is. De Raad maakt de overwegingen van het Cvbs die tot dit oordeel hebben geleid, zoals onder meer verwoord in de uitspraak van 11 juni 1998, gepubliceerd in USF 1998, nr. 29, tot de zijne. De Raad voegt hieraan toe dat de overeenkomst van 19 oktober 1998 tussen de Staat en de OV-bedrijven de Raad niet tot een ander oordeel brengt omtrent het karakter van de krachtens art. 32f.3 WSF vastgestelde OV-schuld en verwijst in dit verband naar de uitspraak van de rechtbank Groningen van 27 augustus 2001 (01/55 WSFBSF, gepubliceerd in url(''MS 2002, 12'',../../../rondom_rechtspraak/justex/showdetail_homepage.asp?act_id=6169) , LJN: url(''AD8049'',../../../uitspraak/showdetail_homepage.asp?ljn=AD8094) ). Nu de OV-schuld niet is aan te merken als een (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie en in art. 32f.3 WSF de hoogte van de OV-schuld in geval van het niet (tijdig) voldoen aan de inleveringsverplichting, dwingend is voorgeschreven, bestaat er geen ruimte voor toetsing van een besluit tot vaststelling van de (hoogte van de) OV-schuld aan het in art. 3:4.2 Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel. Hoofddirectie Informatie Beheer Groep, gedaagde. mrs. J. Janssen, J.Th. Wolleswinkel, F.P. Dresselhuys-Doeleman

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen