CRvB 18 februari 1975, ECLI:NL:CRVB:1975:ZB0069
Contra legem. Toelatingsbeslissing in strijd met wet. Betrokkene viel niet onder een van de gevallen genoemd in DEEL VI van de WAO. De Bedrijfsverenigingen zijn niet bevoegd om buiten de gevallen van DEEL VI iemand tot de vrijwillige verzekering toe te laten. Het standpunt van de Bedrijfsvereniging dat betrokkene in strijd met de wet tot de vrijwillige WAO-verzekering is toegelaten is dan ook juist. De Bedrijfsvereniging stelt zich op het standpunt dat een in strijd met de wet genomen beslissing onder alle omstandigheden ongedaan gemaakt zou moeten worden. Dit standpunt wordt door de Raad niet onderschreven. Er zijn omstandigheden denkbaar die het aanvaardbaar maken dat een Bedrijfsvereniging aan een dergelijke beslissing gebonden is, althans in die zin dat daarop niet zonder meer kan worden teruggekomen. Zodanige omstandigheden doen zich in het onderhavige geval voor onder meer, omdat betrokkene te goeder trouw was, de Bedrijfsvereniging haar opgave accepteerde zonder nadere inlichtingen te vragen en omdat zij naar aanleiding van de beslissing inzake toelating tot de vrijwillige verzekering haar particuliere ziekteverzekering had beëindigd en deze verzekering ten gevolge van haar leeftijd niet opnieuw kon worden afgesloten bij haar verzekeringsmaatschappij en zich slechts onder aanzienlijk minder gunstige voorwaarden dan die van de vrijwillige WAO-verzekering en haar aanvankelijke verzekering, kon verzekeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl