CBb 26 augustus 2025, ECLI:NL:CBB:2025:440

Het beroep is ongegrond. Uit de betreffende wettelijke bepalingen uit Verordeningen 470/2009, 37/2010, 2019/2090, 2017/625 en 178/2002 volgt dat verwerkte producten of vlees van dieren niet in de handel mogen worden gebracht als de MRL in de lever meer dan 100 µg/kg bedraagt. In dit geval bedroeg de MRL in de lever 918 µg/kg, zodat sprake is van een product dat ongeschikt is voor menselijke consumptie en daarmee onveilig is. Nu sprake is van een onveilig levensmiddel en/of diervoeder had het betreffende varken niet in de handel mogen worden gebracht en had de onderneming redenen om aan te nemen dat het levensmiddel of diervoeder niet aan de voedsel- of voederveiligheidsvoorschriften voldeed. Op grond van de artikelen 19 en 20 van Verordening 178/2002 was de onderneming dan ook verplicht om de procedures in te leiden om het betrokken levensmiddel of diervoeder uit de handel te nemen en al zijn afnemers hiervan op de hoogte te stellen. Dit blijft in het geval van de onderneming niet beperkt tot het betreffende varken maar geldt voor alle varkens die op dezelfde datum zijn geslacht. De minister heeft terecht aan de onderneming opgelegd dat zij de procedures als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van Verordening 178/2002 moest inleiden voor alle varkens die op 13 juli 2022 zijn geslacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken