CBb 24 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:338

Jaarlijkse kostenbesluiten DNB. Registratieplicht aanbieders van diensten met betrekking tot virtuele valuta. Het College is van oordeel dat de begrote kosten voor eenmalige handelingen in 2020 en 2021 niet in het tarief voor kosten van doorlopend toezicht van het betreffende jaar mochten worden doorberekend. De tarieven voor aanbieders van diensten met betrekking tot virtuele valuta zoals vastgesteld in de Regeling bekostiging financieel toezicht 2020 (Rbft 2020) en de Regeling bekostiging financieel toezicht 2021 (Rbft 2021) zijn in strijd met de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 (Wbft 2019) en om die reden onverbindend. In de procedure over de tarieven voor 2020 draagt het College DNB daarom op om met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op de bezwaren van de cryptodienstverleners te beslissen. In de procedure over de tarieven voor 2021 is een einduitspraak nog niet mogelijk. Daarin speelt een geschilpunt over het recht van de Europese Unie waarvoor de uitleg door het Hof van Justitie van de registratieplicht van artikel 47 van richtlijn (EU) 2015/849 nodig is. Het College stelt daarom in die procedure het Hof van Justitie een prejudiciële vraag en houdt in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie iedere verdere beslissing aan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken