CBb 22 april 2025, ECLI:NL:CBB:2025:261
Wet dieren. Hoger beroep. De minister heeft aan een veetransporteur en een veeverzamelcentrum een boete opgelegd vanwege het vervoer van vijf runderen die niet geschikt waren voor het transport omdat zij gewrichtsontstekingen hadden. Het College is van oordeel dat de toezichthouder in de rapporten van bevindingen onvoldoende heeft onderbouwd dat de runderen niet geschikt waren voor het transport. Pas met de door de toezichthouder op de zitting bij de rechtbank en het College gegeven toelichting dat de waargenomen gewrichtsontstekingen niet binnen het tijdsbestek van het transport hebben kunnen ontstaan, heeft de minister het bewijs geleverd dat de gewrichtsontstekingen al voorafgaand aan het transport of op het moment dat de runderen voor het transport werden opgeladen, aanwezig waren. De minister heeft geen goede reden kunnen geven waarom hij de in de beroepsfase gegeven toelichting van de toezichthouder niet al voor de voltooiing van de besluitvorming heeft kunnen inbrengen. Het betoog van de veetransporteur en het veeverzamelcentrum dat het in strijd is met de goede procesorde de in de beroepsfase gegeven toelichting van de toezichthouder in de beoordeling te betrekken, slaagt. Herroeping boetebesluiten, proceskostenveroordeling en vergoeding immateriële schade.
De uitspraak op rechtspraak.nl