CBb 2 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:437

Verzoek van een zorgaanbieder aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om handhavend op te treden tegen een zorgverzekeraar. Volgens de zorgaanbieder krijgt zij ten onrechte niet het door haar gewenste contract voor de levering van zorg aan verzekerden van de zorgverzekeraar. Het College oordeelt dat de zorgaanbieder belanghebbende is bij haar handhavingsverzoek. Het handhavingsverzoek stuit echter af op artikel 79, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Daarin is bepaald dat de NZa geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78g (van de Wmg) geeft omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht. De NZa heeft dus geen bevoegdheid om in te grijpen bij individuele geschillen over overeenkomsten tussen zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars, waaronder ook geschillen over het niet-contracteren. De overige verzoeken van de zorgaanbieder vallen buiten de omvang van het geding. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken