Art. 6.1.2 Wlz, Het CAK
Het CAK is belast met:
a. de vaststelling en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 3.2.5;
b. de vaststelling en inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
c. het namens een WLZ-uitvoerder of het Zorginstituut, verrichten van betalingen aan zorgaanbieders, welke de WLZ-uitvoerders of het Zorginstituut, uit hoofde van de uitvoering van deze wet verschuldigd zijn;
d. de taken met betrekking tot de maatregelen gericht op verzekering van onverzekerden, bedoeld in paragraaf 2.4 van de Zorgverzekeringswet;
e. de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie, bedoeld in artikel 18d of artikel 18e van de Zorgverzekeringswet;
f. de verstrekking van de bijdrage, bedoeld in artikel 34a van de Zorgverzekeringswet;
g. de taken, bedoeld in de artikelen 68b, 69, 69a en 69b van de Zorgverzekeringswet;
h. de taken met betrekking tot de gemoedsbezwaarden, bedoeld in artikel 70 van de Zorgverzekeringswet, en
i. de verstrekking van de bijdragen, bedoeld in artikel 122a van de Zorgverzekeringswet;
j. de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, zesde en achtste lid, van de Zorgverzekeringswet;
k. de taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, voor zover Onze Minister voor deze taken geen andere rechtspersoon heeft aangewezen;
l. de taken van verbindingsorgaan als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284) en in verdragen inzake sociale zekerheid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 15 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:112
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2105
- Rb. Rotterdam 24 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:12539
- Rb. Overijssel 2 april 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:1940
- Rb. Midden-Nederland 9 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:441
- Rb. Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29399
- Rb. Den Haag 27 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5350
- Rb. Den Haag 10 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3475
- CBb 2 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:437
- CBb 2 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:436
- CBb 2 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:435