Art. 13 Zorgverzekeringswet, De te verzekeren prestaties
1. Indien een verzekerde krachtens zijn zorgverzekering een bepaalde vorm van zorg of een andere dienst dient te betrekken van een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of dienst en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of van een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is, en hij deze zorg of andere dienst desalniettemin betrekt van een andere aanbieder, heeft hij recht op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor deze zorg of dienst gemaakte kosten.
2. De zorgverzekeraar neemt de wijze waarop hij de vergoeding berekent in de modelovereenkomst op.
3. Indien bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, is bepaald dat een deel van de kosten van een bepaalde vorm van zorg of van een bepaalde andere dienst voor rekening van de verzekerde komt, verwerkt de zorgverzekeraar dit in de wijze waarop hij de vergoeding voor de desbetreffende vorm van zorg of dienst berekent.
4. De wijze waarop de vergoeding wordt berekend is voor alle verzekerden, bedoeld in het eerste lid, die in een zelfde situatie een zelfde vorm van zorg of dienst behoeven, gelijk.
5. Indien een overeenkomst tussen een zorgverzekeraar en een aanbieder als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd, houdt een verzekerde die op het moment van beëindiging van de overeenkomst zorg ontvangt van deze aanbieder, recht op zorgverlening door die aanbieder voor rekening van deze zorgverzekeraar.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:853
- HR 9 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1789
- Hof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1101
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:710
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 augustus 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6682
- Rb. Gelderland 1 februari 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:380
- Hof 's-Hertogenbosch 9 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:2971
- Rb. Den Haag 21 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14001
- Conclusie A-G Keus 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:295
- Hof Den Haag 14 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2096
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8028
- CBb 8 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:483
- Rb. Noord-Nederland 30 januari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:257
- Hof 's-Hertogenbosch 18 mei 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1448
- Hof Den Haag 30 maart 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:548
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6229
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3891
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 maart 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ4071
- Rb. Gelderland 26 februari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1162
- Rb. Gelderland 3 oktober 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:3989