CBb 23 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:25

Hoger beroep. Overtredingen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. In geschil is of de minister de overtredingen heeft bewezen. Het College is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de onderneming bij 288 vrachten in 2012 en 2013 het Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) niet goed heeft ingevuld. Voor de overtreding dat bij een groot aantal vrachten het fosfaat- en stikstofgehalte van mestmonsters niet op de juiste manier is bepaald, is het College van oordeel dat de rechtbank slechts ten aanzien van 24 vrachten terecht heeft geoordeeld dat de minister voldoende bewijs heeft geleverd. Door onderzoek aan de voor die 24 vrachten aan het laboratorium ingezonden mestmonsters staat vast dat die monsters zijn gemanipuleerd. Voor de overige vrachten geldt dat niet daadwerkelijk is geconstateerd dat er met mestmonsters is gefraudeerd. De minister heeft de manipulatie van mestmonsters afgeleid uit door NVWA-toezichthouders gemaakte Excel-bestanden waarin per silo de aan- en afvoer van mest is vermeld en het door hen berekende voortschrijdend gemiddelde aan fosfaat en stikstof. Daarbij zijn de toezichthouders voor iedere vracht waarbij het geregistreerde fosfaat- en/of stikstofgehalte op het moment van de afvoer meer dan 50% afweek van het berekende voortschrijdend gemiddelde in de silo, ervan uitgegaan dat de mestmonsters waren gemanipuleerd. Het College is van oordeel dat die Excel-bestanden onvoldoende bewijs van de overtreding opleveren. Dit omdat die bestanden geen exacte weergave van de werkelijkheid bevatten en er sprake is van diverse factoren die ruimte laten voor twijfel. Die twijfel wordt niet weggenomen door de marge van 50% die de minister heeft toegepast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken