CBb 3 oktober 2023, ECLI:NL:CBB:2023:566

Hoger beroep. Meststoffenzaak. Boetes opgelegd voor overtredingen gepleegd door een intermediaire onderneming. Het gaat om honderden overtredingen in 2012 en 2013 voor het niet op de juiste manier bepalen van het fosfaat- en stikstofgehalte van mestmonsters en voor het niet naar waarheid opmaken van het Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen. Zowel de minister als de intermediaire onderneming hebben hoger beroep ingesteld. Deze uitspraak ziet alleen op het door de minister ingestelde hoger beroep, dat is gericht tegen de vernietiging door de rechtbank van de boetes die aan de medeplegers van de intermediaire onderneming zijn opgelegd. Het College overweegt net als de rechtbank dat de bewijslast van de overtredingen op de minister rust en dat de minister daarom het bewijs moet leveren dat de natuurlijke persoon en de andere onderneming medeplegers zijn van de volgens de minister door de intermediaire onderneming gepleegde overtredingen. De minister moet aantonen dat tussen hen zo bewust en nauw is samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken. Uit de onderliggende rapporten blijkt niet van onderzoek naar de samenwerking tussen de intermediaire onderneming, de natuurlijke persoon en de andere onderneming. Het College komt tot de conclusie dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister niet heeft aangetoond dat de natuurlijke persoon en de andere onderneming de overtredingen hebben medegepleegd. Het door de minister ingestelde hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken