CBb 12 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:157
Hoger beroep, verzoek om terug te komen van een boetebesluit op grond van de Meststoffenwet. Hoewel de gang van zaken procedureel ongelukkig is geweest, onderschrijft het College het oordeel van de rechtbank dat er materieel voor het loonbedrijf niets is veranderd door het intrekken en vervangen van het boetebesluit 1 door het boetebesluit 2. Wat het loonbedrijf aanvoert, is niet aan te merken als een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid. De boete is niet opgelegd in strijd met het legaliteitsbeginsel. Aan het loonbedrijf kan worden toegegeven dat de minister niet de juiste bepalingen heeft vermeld onder het boetebesluit, maar dat maakt het handhaven van de boete nog niet evident onredelijk. Het College ziet in wat het loonbedrijf aanvoert over de ingebrekestelling geen aanleiding voor een ander oordeel dan de rechtbank, inhoudende dat de ingebrekestelling onredelijk laat is ingediend.
De uitspraak op rechtspraak.nl