CBb 30 mei 2023, ECLI:NL:CBB:2023:254

accountantstuchtrecht Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van het College 11 juni 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:228). De Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) voorziet niet in de mogelijkheid van herroeping of herziening van een uitspraak van het College op een hoger beroep tegen een uitspraak van de accountantskamer. Wel kan door degene over wie was geklaagd (i.e. de accountant) herziening worden verzocht van een onherroepelijk geworden uitspraak indien hem daarbij een maatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wtra is opgelegd. Door verzoeker is een beroep gedaan op de artikelen 21 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de artikelen 16, 13 en 14 van het EVRM. Het College stelt voorop dat het Handvest niet van toepassing is in deze zaak. Uit de rechtspraak van het EHRM valt niet af te leiden dat artikel 6 EVRM van toepassing zou zijn op de klagende partij die de tuchtklacht aanhangig maakt. De accountantstuchtrechtelijke procedure ziet immers niet op de vaststelling van de burgerlijke rechten en verplichtingen van de klagende partij en ook van een ingestelde vervolging jegens de klager is geen sprake. Diens recht om een beroep uit te oefenen staat niet op het spel en ook eventuele op te leggen tuchtmaatregelen richten zich niet tegen hem. Het gaat in zo’n tuchtprocedure om het gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelen van de accountant tegen wie een klacht is ingediend. Voor zover verzoeker beroep doet op de artikelen 6 en 13 EVRM, omdat een oordeel over zijn herzieningsverzoek onontbeerlijk is voor een eventuele civiele schadevergoedingsprocedure, wijst het College erop dat hiervoor een oordeel van de tuchtrechter niet vereist is en voor verzoeker de civiele procedure openstaat. Nu niet is gebleken dat ten aanzien van het bestaan van herzieningsprocedures in andere tuchtrechtelijke rechtssystemen sprake is van vergelijkbare gevallen bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat niet-ontvankelijkverklaring van het herzieningsverzoek van de oorspronkelijke klager in een accountantstuchtrechtelijke procedure, zich niet verdraagt met het discriminatieverbod van artikel 14 van het EVRM, gelezen in verbinding met artikel 6 van het EVRM. Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken