CBb 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:389
________________________________________ Accountantstucht. Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van het College van 24 december 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:934) waarbij zijn hoger beroep tegen de uitspraak van de accountantskamer van 27 januari 2023 niet-ontvankelijk is verklaard. Volgens de rechtspraak van het College brengen de algemene beginselen van behoorlijk (tucht)procesrecht mee dat in bijzondere gevallen herziening kan worden verzocht van een onherroepelijk geworden uitspraak. Zoals het College in zijn uitspraak van 30 mei 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:254) onder 2.2 heeft overwogen, heeft het College voor de omvang en de gronden voor toepassing van dit bijzondere rechtsmiddel aansluiting gezocht bij de in artikel 52 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 23 van het Tuchtrechtbesluit BIG opgenomen regeling, die ook artikel 7.1 van het ambtelijk concept van de Kaderwet tuchtprocesrecht (2010) mede tot voorbeeld heeft gediend. Dit betekent dat slechts door degene over wie was geklaagd om herziening kan worden verzocht van een onherroepelijk geworden uitspraak waarbij een maatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wtra werd opgelegd. Ook volgt daaruit dat herziening van een onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing waarbij een maatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wtra werd opgelegd, mogelijk is wanneer naderhand omstandigheden zijn gebleken die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid, indien zij tijdig bekend waren geworden. Naar het oordeel van het College heeft verzoeker geen na de uitspraak van het College van 24 december 2024 gebleken omstandigheden aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid, indien zij tijdig bekend waren geworden. Het College wijst het verzoek om herziening af.
De uitspraak op rechtspraak.nl