CBb 20 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:618
Het College oordeelt dat de TVL voor Q4 2020 ten onrechte is vastgesteld zonder daarin te voorzien, zoals vanaf Q1 2021 wel is gedaan, in een oplossing voor startende ondernemers (meer specifiek: ondernemers die zich tussen 1 oktober 2019 en 29 februari 2020 hebben ingeschreven in het handelsregister, maar vóór 15 maart 2020 geen omzet hebben gemaakt). De TVL is op dit punt in strijd met het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het College laat voor ondernemers zoals appellante de in artikel 2.1.2, derde lid, van de TVL genoemde voorwaarden buiten toepassing. Het artikelonderdeel wordt niet onverbindend verklaard, omdat het in veel andere gevallen wel een adequate bepaling is.
De uitspraak op rechtspraak.nl