CBb 15 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:116
Het College oordeelt dat de TVL Q4 2020 ten onrechte is vastgesteld zonder daarin te voorzien, zoals in de TVL Q1 2021 wel is gedaan, in een oplossing voor ondernemers die niet aan de voorwaarde voldoen dat zij op 15 maart 2020 staan ingeschreven in het handelsregister van de KvK met een SBI-code als vermeld in de bijlage bij de TVL dan wel met een bedrijfsomschrijving die aansluit op een SBI-code als vermeld in die bijlage, maar die gezien hun feitelijke activiteiten wel onder de doelgroep van de TVL vallen. Dit betekent dat de regeling op dit punt in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het College acht het om die reden geraden voor de betrokken groep ondernemers, onder wie appellante, de in artikel 2.1.1, tweede lid, onder d, van de TVL Q4 2020 genoemde voorwaarden buiten toepassing te laten. Het artikelonderdeel wordt niet onverbindend verklaard omdat het in veel gevallen wel een adequate bepaling is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 14 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1077
- CBb 25 mei 2021, ECLI:NL:CBB:2021:521
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:992
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:993
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:994
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:995
- ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452
- CRvB 1 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2016