CBb 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:28

Accountantstuchtrecht. Klacht inzake het controleren van enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen van een N.V., waarin aanspraken van uittredende participanten niet langer als een achtergestelde lening behorend tot het vreemd vermogen in de balans zijn opgenomen, maar als eigen vermogen in de vorm van agioreserve. In de bestreden uitspraak heeft de accountantskamer een klacht voor wat betreft de controle van de jaarrekening 2016 gegrond verklaard. Aan appellant is daarbij de maatregel van berisping opgelegd. Het College is van oordeel dat niet valt in te zien dat appellant bij de controle van de jaarrekening 2016 op goede gronden heeft ingestemd met de verwerking daarin van de aanspraken van de uittredende participanten. Het College is met de accountantskamer - zij het op enigszins andere gronden - van oordeel dat appellant het verwijt treft dat hij het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Het College verklaart het hoger beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken