CBb 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:27

Accountantstuchtrecht. Klacht inzake de goedkeurende samenstellingsverklaring bij de jaarrekening van een B.V., waarin aanspraken van uittredende participanten niet langer als een achtergestelde lening behorend tot het vreemd vermogen in de balans zijn opgenomen, maar als eigen vermogen in de vorm van agioreserve. In de bestreden uitspraak heeft de accountantskamer de klachtonderdelen a, e en f gegrond verklaard. Aan appellant is de maatregel van berisping opgelegd. Het College is van oordeel dat niet valt in te zien dat appellant bij de samenstelling van de jaarrekening 2016 op goede gronden heeft ingestemd met de verwerking daarin van de aanspraken van de uittredende participanten. Het College is derhalve met de accountantskamer - zij het op enigszins andere gronden - van oordeel dat appellant het verwijt treft dat hij het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Het College verklaart het hoger beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken