CBb 6 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:708

artikel 38 van de Msw en artikel 3:2 van de Awb Dat verweerder hier wat betreft de vorm van de (voor de vastgestelde individuele en buitensporige last) compensatie heeft gekozen voor het verlenen van een ontheffing past binnen de grenzen van de beslissingsruimte van verweerder. Bij het bepalen van de omvang van de ontheffing heeft verweerder terecht rekening gehouden met de uit de verpachting verkregen opbrengsten, maar verzuimd met eventuele aan de verpachting gerelateerde kosten rekening te houden. Verder dient de omvang van de compensatie na afweging van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden van het individuele geval, en gerelateerd aan de individuele en buitensporige last, naar redelijkheid en billijkheid te worden vastgesteld. In zoverre past het niet om – zoals verweerder heeft gedaan – bij het bepalen van het buitensporige deel van de individuele last in alle gevallen aansluiting te zoeken bij een in de Msw neergelegde algemene regeling. Het beroep is gegrond en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken