CBb 7 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1048
Subsidieregeling energie en innovatie: demonstratieprojecten vergassing. Omdat verweerder bij de vaststelling van de subsidiabele kosten tot tweemaal toe geen kenbare en deugdelijke motivering heeft gegeven voor het buiten beschouwing laten van een tweetal posten, neemt het College deze posten mee in de vaststelling. Verder is het College van oordeel dat – in de omstandigheden waarin appellante bij de vaststelling te maken krijgt met verstrekkende (financiële) consequenties – een daar nog op toegepaste korting van 50% onevenredig nadelig is voor appellante in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb, ook met inachtneming van de nadere motivering die verweerder aan de korting ten grondslag heeft gelegd, te weten dat appellante door de leverancierswissel de uitkomsten van de tenderprocedure doorkruist heeft. Dit betekent echter niet dat verweerder daaraan helemaal geen consequenties mocht verbinden. Het College acht een korting van 10% wel evenredig. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl