CBb 28 juni 2022, ECLI:NL:CBB:2022:342
De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor volksverzekeringen 1995: artikel 24 en 25. De Regeling S&O-afdrachtsvermindering: artikel 3. Met de rechtbank is het College van oordeel dat uit de administratie van appellante over de jaren 2015 en 2016 niet op eenvoudige en duidelijke wijze de aard, de inhoud, de omvang en de voortgang van de door appellante verrichte S&O-werkzaamheden zijn af te leiden. Het College is verder van oordeel dat er geen grond is voor het oordeel dat de correctie naar nihil in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Appellante heeft geen gronden aangevoerd tegen de opgelegde boetes. Nu vaststaat dat de overtredingen die aan deze boetes ten grondslag zijn gelegd door appellante zijn begaan en appellante niet heeft aangevoerd dat deze niet aan haar zijn te verwijten, ziet het College geen reden om deze boetes onrechtmatig te oordelen. Het College komt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl