CBb 27 oktober 2020, ECLI:NL:CBB:2020:772

Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden Fosfaatrechten. Het bestreden besluit is niet in strijd met artikel 1 van het EP. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt. De keuze van appellante om vanwege de gezondheidsproblemen van de vennoot de varkenstak af te stoten en zich volledig te richten op de melkveetak is op zichzelf navolgbaar. Door in te zetten op een verdubbeling van de veestapel overtreft appellante echter meer dan ruimschoots het aantal dieren dat nodig is om de inkomsten uit de varkenshouderij te compenseren. Van een bedrijfseconomische noodzaak voor een uitbreiding met deze omvang is dan ook niet gebleken. Gezien het tijdstip waarop de investeringen zijn gedaan en het ontbreken van een bedrijfseconomische noodzaak of andere dwingende redenen voor het doen van die investeringen acht het College die beslissingen, mede bezien in het licht van de afschaffing van het melkquotum en de maatregelen die in verband met die afschaffing te verwachten waren, ook om deze reden niet navolgbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken