CBb 4 augustus 2020, ECLI:NL:CBB:2020:511

Meststoffenwet: artikel 23, derde lid. Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: artikel 74, tweede lid. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden: artikel 6. Algemene wet bestuursrecht: artikel 8:88. Het aantal fosfaatrechten dat aan appellante is toegekend is te laag vastgesteld. Het College is met verweerder van oordeel dat appellante met betrekking tot de verzuiveling ten behoeve van kaas, ijs, boter, karnemelk alsmede de huisverkoop van melk onvoldoende bewijs heeft overgelegd om te kunnen concluderen dat de door haar gestelde 373.862 kg melk daadwerkelijk is geproduceerd. Het beroep slaagt ten aanzien van het eigen gebruik van melk door appellante. Het eigen gebruik van melk ligt 730 kg hoger dan eerder aangenomen, omdat het gezin in 2015 bestond uit vijf personen in plaats van drie. Het aantal fosfaatrechten wordt verhoogd naar 2.113 kg. Schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken