CBb 10 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:403
Fosfaatrechten. Appellant voert aan dat sprake is van bijzondere omstandigheden vanwege verbouw van de stal, uitbreiding van de veestapel en een verminderde melkproductie. Het College is van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de melkproductie 20.000 kg lager was. Appellant komt niet in aanmerking voor de knelgevallenregeling, omdat niet wordt voldaan aan het 5%-vereiste. Ook heeft verweerder 17 koeien terecht niet als melkvee aangemerkt, omdat niet is aangetoond dat deze dieren voor peildatum 2 juli 2015 hebben gekalfd. Appellant heeft tot slot niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. Verweerder heeft zodoende geen ontheffing hoeven verlenen. Omdat het standpunt van verweerder in het bestreden besluit pas met het verweerschrift voldoende is gemotiveerd, heeft het College aanleiding gezien voor een proceskostenvergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl