CBb 14 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:270

Artikel 23, derde en zesde lid Msw. Bepaling melkproductie tbv vaststelling fosfaatrecht. Appellante heeft een overzicht opgesteld van de categorieën van niet aan de melkfabriek afgeleverde melk en de daarin opgenomen hoeveelheden niet nader onderbouwd. Het had op de weg van appellante gelegen om het bewijs van de hoeveelheden te leveren. Verweerder heeft daar ook meerdere malen naar gevraagd. Verweerder heeft terecht het uitgangspunt gehanteerd dat voor de bepaling van de hoeveelheid uitgehouden antibioticamelk, de dagproductie per koe moet worden vastgesteld aan de hand van de aan de fabriek geleverde melk in 2015, vermeerderd met de totale aannemelijk geachte hoeveelheid niet geleverde melk en niet aan de hand van het rollende jaargemiddelde (zie ook ECLI:CBB:2019:184 en 359). In de berekening van de uitgehouden antibioticamelk heeft verweerder het aantal behandeldagen op nul gesteld. Niet in geschil is dat in het jaar 2015 dieren op het bedrijf van appellante zijn behandeld door de toediening van diergeneesmiddelen. Het door appellante overgelegd handgeschreven overzicht is weliswaar onvoldoende specifiek, maar het voert in beginsel in het licht van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te ver om om die reden de behandeldagen op nul te stellen (zie ook de uitspraak van het College van 14 mei 2019 (ECL:NL:CBB:2019:197, onder 6.3). Nu echter het niet betrekken van behandeldagen in de berekening, geen invloed heeft op de gehanteerde excretienorm, kan dit zonder gevolg blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken