Rb. Rotterdam 29 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2425
Eiser exploiteert een orthodontiepraktijk in Nederland en in Duitsland. Voor patiënten die een orthodontiebehandeling (willen) ondergaan in de Duitse praktijk, doet hij een aanbod om in zijn Duitse praktijk een behandelplan op te stellen. Het in rekening brengen van € 420,- voor het opstellen van een behandelplan in de Duitse praktijk is een overtreding van de Wmg. De Unierechtelijke bepalingen van het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van vestiging zijn niet van toepassing, aangezien er sprake is van één en dezelfde behandeling, die in Nederland plaatsvindt. Aan deze conclusie draagt ook bij dat de behandelingsovereenkomst in de Nederlandse praktijk tot stand komt. Daarnaast volgt uit Rome I en de Patiëntenrichtlijn dat de Wmg van toepassing is. De NZa mocht met toepassing van de Beleidsregels het berokkend nadeel van belanghebbenden als uitgangspunt nemen. De rechtbank ziet echter aanleiding om de boete te matigen, aangezien de NZa ten onrechte het bedrag dat eiser bij deze patiënten wel in rekening had mogen brengen niet in mindering heeft gebracht op het berekende nadeel voor belanghebbenden.
De uitspraak op rechtspraak.nl