CBb 17 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:428
Msw, artikel 72b van het Uitvoeringsbesluit en artikel 1 van het EP. Voor het meenemen van tot appellantes bedrijf behorende landbouwgrond die is gelegen in België bestaat dan ook geen wettelijke grondslag. Verweerder heeft appellante dan ook terecht niet aangemerkt als grondgebonden bedrijf. Er is in het geval van appellante ook geen sprake van een individuele en buitensporige last ten gevolge van het fosfaatrechtenstelsel. Het had appellante vanaf het moment dat bekend werd dat het stelsel van melkquotering zou worden afgeschaft, redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat een ongeremde groei van de melkveehouderij niet mogelijk was. De keuze van appellante om de veestapel geleidelijk te laten groeien met aanwas van eigen jongvee komt dan ook voor haar rekening. Appellante beschikte op 2 juli 2015 ook niet over de vereiste vergunningen voor de beoogde uitbreiding van haar veestapel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522
- HR 2 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5098